L o g b o e k   M a r i j e
 

Bericht 121-129

vorige >>>

 

       
 

Veranderingen

Dingen veranderen. Sommige overigens niet, wat heel fijn is. Toen ik vanavond in de supermarkt de Allerhande pakte, zag ik dat ze de ‘stamppot met een twist’ er weer in hadden staan. Dit jaar misschien geen rucola maar spinazie door de aardappels prakken, met parmezaan in plaats van geitenkaas. ‘Stamppotten met een twist’ staan elk jaar in de Allerhande, samen met talloze andere recepten die zo gefotografeerd zijn dat ik ga geloven dat, als ik maar gedisciplineerd genoeg was om elke maaltijd vers te koken, ik binnen no time net zo gelukkig zou zijn als de Allerhande modellen die om de gezellig gedecoreerde herfsttafel zitten.  En net als elk jaar eindig ik toch weer met de kant en klare snelle wok gerechten. Sommige dingen blijven altijd hetzelfde.

Maar andere dingen veranderen dus. De afgelopen weken en maanden heb ik hard nagedacht over De Toekomst. En dan niet over het trainingscomplex van Ajax, maar mijn eigen toekomst. Moest ik doorgaan met topsport, of aan mijn op de deur kloppende carrière als onderzoeker in het AMC beginnen?

Vaststaat dat er nog een hoop te winnen is op de atletiekbaan. Met Guido heb ik een jaar geleden een traject van andere, meer op mij toegespitste, trainingen ingezet. Met als gevolg dat ik sterker, sneller en belastbaarder werd dan ooit. Niet kunnen laten zien in Londen, maar de fysieke voorwaarden waren geschept. Bovendien heb ik mijn ooit gedroomde doel (4 meter springen) nog niet gehaald. Het is niet uitgesloten dat het mogelijk is, met een hoop hard werk en hier en daar een vleugje geluk. Ook zijn de omstandigheden op Papendal optimaal: ik zou weliswaar mijn status kwijtraken, maar een jaar leven van spaargeld is te doen.

Toch is het niet genoeg voor mij. Ik weet dat ik me met hart en ziel in zou zetten, als ik zou kiezen voor atletiek. Maar mijn maatschappelijke carrière verdient, voor mijn gevoel, dit jaar de voorrang. Ik heb het heel hard geprobeerd, topsporter zijn, en ben toch wel ernstig teleurgesteld uit Londen terug gekomen. Ik zal de sport, het trainen, de waanzinnige ervaringen en niet in de laatste plaats mijn trainingsmaatjes en begeleidingsteam enorm missen. Maar ik zie mezelf gewoon nog niet verspringen in Rio. Ik weet op dit moment niet wat ik daar nog zou kunnen winnen. Na 3 spelen kan het doel niet zijn om ‘mee te doen’. En, ik wil simpelweg te graag slagen op het gebied van mijn promotie en mijn verdere loopbaan als arts, ooit.

Topsport is hard. En paralympisch atletiek is zo ver geëmancipeerd dat half werk eigenlijk geen werk is. Ik weet voor mezelf dat ik alle zeilen bij moet zetten om erbij te blijven. Dus nu ik niet voor 100% voor atletiek kan kiezen, moet ik er voor mijn gevoel voor 100% niet voor kiezen. Het komend jaar ga ik keihard werken aan mijn promotie op de kindergeneeskunde afdeling van het AMC, om in oktober 2013 opnieuw te evalueren: wil ik door of niet?

Dit alles heb ik besloten in de wetenschap dat mijn concurrenten niet ook effe een jaartje op hun gat zullen zitten, je maar een beperkte periode in je leven kan topsporten en elke dag op de atletiekbaan staan zo ongeveer het mooiste is wat er is. Toch was ik ook best gelukkig toen ik vandaag mijn eerste patiëntje door de deur van de behandelkamer zag drentelen. Ik ben meer dan gemotiveerd om ook uit deze baan het maximale te halen.

Ik verdwijn, hopelijk, niet uit de wereld van Paralympisch topsport. Onlangs ben ik door het Dutch Parathletics Team, samen met Suzan Verduijn, benoemd tot ambassadeur van Paralympisch atletiek. Een mooie taak en een eer om het ‘evangelie’ van atletiek te mogen verspreiden! Bovendien is Stichting Topsport met zonder Handicap levendiger dan ooit: in 2 jaar tijd sponsorden we al meer dan 20 talenten voor ruim 20.000 euro in totaal. De komende tijd mag ik samen met het stichting bestuur weer veel talentvolle  potentiële sporters met een handicap een stapje op weg naar de top helpen.  Met een nieuwe prothese, of speciale krukkenski’s. Daar ben ik enorm trots op, want dat te dure hulpmiddelen een beperking zouden zijn voor een sportcarrière: dat gaat er bij mij niet in. Ik hoop dat we de komende jaren nog vele sporters kunnen helpen. Tussen haakjes: daar is geld voor nodig. Dus geef gul op www.topsportmetzonderhandicap.nl

Natuurlijk ga ik fit blijven. Want hoewel dingen veranderen, en ik nu weet dat verandering soms pijn doet, hoef ik niet opeens te veranderen in een dikke plofkip. De deur naar topsport laat ik nog op een klein kiertje.

Dit lijkt een eindpunt. In ieder geval een kantelpunt. De Toekomst is spannend, eng en ik ga vast nog vaak met weemoed terugkijken. Maar wat de toekomst ook brengt, ik hoop dat ik over 10 jaar kan zeggen: Londen was pas het begin.

 
 

Tijd - Sjoerd Kuyper

       
129
Bericht geplaatst op:

Di 18 sept 2012

Adem & Evaluatie

Andre Kuijpers zou jaloers op me zijn. Sinds ik terug ben uit Londen word me steeds gevraagd of ik “al een beetje geland” ben. Ja hoor, antwoord ik, heb je het niet gezien? Ik landde zelfs veel te vroeg, in die zandbak! Ik deed een heel nieuw onderdeel: dichtbijspringen. O en ik heb ook zo lang mogelijk genoten van die 100 meter. Mijn hele cynische arsenaal heb ik paraat. Ondertussen staat de arme geïnteresseerde te bibberen. Hij wilde alleen maar weten hoe het is om terug te zijn van het grootste sportevenement op aarde.

Dus ik adem. En begin een evaluatie. Ik ben sinds een week terug uit Londen. Het woord ‘Paralympics’ hoeft er niet eens bij, ik ben gewoon terug van de sportplaneet Londen. En hoe gaaf was het. Het begon al acht weken geleden, toen ik hoorde dat ik definitief bij de selectie zat. Ik kan me sindsdien niet één dag herinneren dat ik me niet een enorme geluksvogel voelde. Ik zat erbij, ik mocht mee naar het Mekka, het walhalla, het sancta sanctorum van sport. Op 17 augustus begon het dan eindelijk met een reis naar de heuvels rondom Barcelona, waar we ons in perfecte omstandigheden hebben voorbereid op de Spelen zelf. Het was daar alsof we een hele diepe ademteug namen, alvorens ons op 26 augustus onder te dompelen in het Paralympisch dorp.

Ik zal niet beweren dat het voelde als thuiskomen, dat Paralympisch dorp, want ik denk niet dat iemand hier ooit aan kan wennen. Maar het voelde wel vertrouwd: duizenden sporters die allemaal hun eigen ritme en weg zoeken. Door de eetzaal: 6 blinden in een treintje achter de enige van het groepje die nog een beetje ziet (eenoog). Onverwacht handig bewegende Afrikanen met handicaps waarvan je niet eens wist dat ze bestonden, bijvoorbeeld door polio vergroeide voeten die letterlijk achterstevoren staan. En het weerzien met collega atleten van over de hele wereld. Nummer één gespreksonderwerp: eten. Bijna zonder uitzondering proberen we in de eetzaal niet toe te geven aan de vette verleidingen. Hoe dichter naar de openingsceremonie, hoe meer spanning er in de lucht leek te zitten.

Dan de sfeer. Het publiek. Een stadion met 80.000 (81.000 officieel) enthousiaste Britten en een significant aantal Nederlandse fans: onbetaalbaar. Dat je met een handicap een sportheld kan zijn is empirisch bewezen: een heel stadion scandeerde de naam van topfavoriet Jonnie Peacock, vlak voor zijn 100m race tegen onder andere Oscar Pistorius. Hij maande 80.000 mensen op uiterst coole wijze tot stilte. En won vervolgens. Waanzinnig. Of David Weir, aka the Weirwolf, die 4 gouden medailles pakte en het stadion op zijn kop zette. Nooit zal ik vergeten hoe het gejuich aanzwol bij de race van Marlou van Rhijn, die op de 200m na 120m een indrukwekkende versnelling inzette. Het mooie is dus dat het hele publiek zag hoe gaaf en uniek dat is. Ze werd getrakteerd op een oorverdovend applaus. Terecht als je in een toernooi als dit een seconde van je PR afhaalt en een knetterend wereldrecord loopt. Tijdens de atletiekwedstrijden heb ik vaak gedacht: heaven is a place on earth. En wel hier, in dit stadion, tussen die 80.000 mensen. Daar moet God toch ook willen zitten. Zo gaaf.

In al deze superlatieven ontbreekt wel het goede gevoel over mijn eigen optreden in Londen. Wat had ik het graag beter gedaan dan die 3.59m (11e) en 18.28s (8e). Het kost me moeite deze cijfers zo zwart op wit te typen. Het kost me moeite ernaar te kijken en niet naar buiten te rennen om me in het IJ te verdrinken. Het doet serieus nog steeds pijn om te beseffen dat ik in de geweldige ambiance van De Spelen, niet kon laten zien wat ik in huis had. Waar het aan lag? Het mooiste hoorde ik het coach Guido tegen iemand zeggen: onder druk ben ik helaas weer vervallen in oude fouten. Meteen word ik weer boos op mezelf: want welke druk was er nou? Als ik een PR had gesprongen, was ik misschien 10e geworden. Maar een medaille was kansloos, dat wist ik van te voren. Waarom kon ik niet gewoon doen wat ik steeds in trainingen deed, waarom hield ik, met al mijn ervaring, mijn hoofd niet koel genoeg?

Het zal nog een tijdje duren voor ik mezelf weer recht aan durf te kijken in de spiegel. Ik heb de afgelopen jaren alles gegeven, dan voelt dit zo naar. Ik kan niemand anders dan mijzelf iets verwijten, dat doe ik dan ook niet. Het begeleidingsteam, Guido in het bijzonder, heeft me na mijn blessure in januari op fantastische wijze voor dit toernooi klaargestoomd. Arno, fysio Petra, teammanager Ursula en niet in de laatste plaats de rest van het team zijn goud waard. Mijn vriend Pieter moest van een afstandje toezien hoe erg ik baalde, dat zal niet makkelijk geweest zijn. Dankzij al deze mensen weet ik dat het einde van de wereld niet aan is gebroken, al had ik graag een stille aftocht door een gat in de grond gemaakt, na mijn 100 meter.

Ik ben dus wel een beetje geland, antwoord ik tenslotte de geïnteresseerde. Londen was onbeschrijfelijk gaaf. Met een achtbaan aan hoogte en dieptepunten. Concluderend is atletiek echt de allermooiste sport op aarde. Kenny een medaille zien winnen, na acht jaar zien terugkeren op het allerhoogste podium, was onvergetelijk. Marlou, Iris en Suzan boven zichzelf zien uitstijgen roerde me tot tranen aan toe. Het was fantastisch.

Hoe nu verder? Vraagt dit om wraak, genoegdoening? Of om de conclusie dat ik gegokt en verloren heb? Ik zou zeggen: blijf mijn blogs lezen. Het antwoord komt vast hier te staan. Maar nu eerst even een rondje hardlopen. En diep ademhalen.

   
       
128
Bericht geplaatst op:

Woe 25 juli 2012

Gehandicapten: verdien die media aandacht

 

Ik ben een activiste. Het zal wel iets met mijn opvoeding te maken hebben. Mijn vader leerde ons vroeger al strijdkreten uit zijn studententijd. Een tijd die naast studeren vooral ook veel protesteren betekende: tegen de Vietnam oorlog, tegen de kruisraketten, tegen de maatschappij en voor het socialisme. Stonden we daar met vier kleuters (mijn zusje, twee broers en ik) op een rij, terwijl mijn vader riep:

“Pikken we dat?”’

Wij, in koor:”Nee!”

 “Pikken we dat?!”

 “NEE NEE NEE!”

Voordat jullie nu angstig met het ministerie van Justitie gaan bellen om te informeren of mijn vader vervolgd kan worden omdat hij van zijn kinderen bewapende guerrilla activisten probeerde te maken: geen zorgen. We zijn allemaal brave volwassenen geworden, die over het algemeen meer in het salonsocialisme passen dan op de kansel.

 

Maar ik kan nog steeds niet goed tegen onrecht. Dat is, by the way, niet hetzelfde als niet tegen kritiek kunnen. Ik wil graag discussiëren en ben bereid een andere waarheid dan de mijne te accepteren als de argumenten hout snijden. Maar onrecht: daar kan ik echt niet tegen.

 

Helaas houd ik niet bovenmatig van dieren, dus ben ik geen dierenactiviste. Ook is mijn ecologische voetstap door al het autorijden veel te groot om mezelf geloofwaardig bij Greenpeace aan te melden. En een feministe anno 2012 is eerder zielig dan prijzenswaardig.

 

Maar gelukkig ben ik gehandicapt. Kan ik toch nog ergens mijn actiedrift op loslaten. Een onuitputtelijke bron van vooroordelen en ergernissen hangen rondom het begrip gehandicapt. Helemaal als je dan ook nog sport. De Paralympische Spelen staan voor de deur, vandaag nog 35 dagen tot de opening. Daarmee neemt de media aandacht voor “ons” Paralympische topsporters relatief toe. Ik vind niets leuker dan praten over atletiek, dus over het algemeen vind ik het helemaal niet vervelend voor de 88ste keer te vertellen dat een been kwijtraken aan kanker niet per se een reden tot zelfmoord hoeft te betekenen, maar dat ik er op een vreemde manier heel veel aan te danken heb. Zonder amputatie geen Spelen. Elk nadeel heb z’n voordeel.

 

Toch komt er aan het eind van zo’n interview vaak een vraag waar de activiste in mij op de achterste (kunst)benen van gaat staan: “vind je het niet erg dat de Paralympische Sport zo weinig aandacht krijgt?”. Ik neem een grote ademteug en barst dan los. Eerst nog voorzichtig, maar naarmate mijn monoloog vordert steeds feller:

 

Ik vind dat je aandacht afdwingt. Meer nog dan een hekel aan de Mart Smeetsen van deze wereld, die niks van Paralympische Sport willen weten, heb ik een hekel aan zij die klagen dat gehandicapten onderbedeeld en achtergesteld zijn in het sportnieuws. Natuurlijk! Onze sport is nog zo jong en nog maar zo kort echt topsport. Ik draai nu tien jaar mee in de internationale atletiekwereld en heb in die tien jaar de wereld om mij heen net zo hard zien veranderen als mijzelf. Ik ging steeds meer trainen, maar de atleten om mij heen ook. In 2008 waren er al nauwelijks parttime topsporters meer op de Paralympische Spelen en straks in Londen is dat nog maar een fractie. Maar de wereld moet ons nog ontdekken, wij moeten het respect van de grote media partijen nog afdwingen. Dat doe je niet door ze onder het motto ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ aan de haren erbij te slepen, maar door prestaties te leveren die aanspreken. Uitblinken dus, zoals Oscar Pistorius. Of zijn vrouwelijke versie, Marlou van Rhijn. Zoals Suzan Verduijn, die bijna 5 meter springt vanaf een prothese. Of Kenny van Weeghel, wiens erelijst zo imposant is dat hij er bijna onder gebukt gaat. Deze atleten staan straks tot de tanden toe bewapend aan de start van de Spelen. Klaar om de hele wereld te laten zien hoe gaaf, snel en mooi Paralympische sport is. Zodat de NOS, net als na Beijing, na Londen wéér zal besluiten de volgende Spelen meer cameramannen te sturen. Zodat Radio 1 de Sportzomer uitzendingen toch doortrekt tot na de Paralympics en elk zichzelf respecterende sportjournalist baalt dat hij zijn vakantie naar de Bahama’s al geboekt had voor eind augustus.

 

Kortom: media aandacht moeten gehandicapten atleten, net als alle andere atleten uit kleine sporten, niet krijgen maar  verdienen. Door keihard werken en vervolgens waanzinnig presteren om het moment suprême. Dat het maar voor eens en voor altijd duidelijk is. Of nee, toch niet. Vraag het me nog maar een keer. Dan kan ik nog een keer mijn denkbeeldige aardappelkistje op. Niets fijner dan een potje actievoeren. 

 

Want: pikken we dat? NEE!

   
       
127
Bericht geplaatst op:

Vrij 29 juni 2012

Inspiratie.

De meeste van jullie kennen me. Ik ga er voor het gemak maar vanuit dat mijn blogs niet verder reiken dan mijn meest trouwe fans. Jullie weten dus, dat je er bij mij doorgaans niet eens een kwartje in hoeft te gooien om een monoloog van drie kwartier te initiëren. Dat het zolang is stil gebleven op deze pagina heeft dan ook niets te maken met een gebrek aan inspiratie of een ernstig geval van RSI. Het is meer een juich-niet-te-vroeg-situatie. Laat me het, helemaal gratis, uitgebreid uitleggen.

In mijn vorige blog, die trouwe fans natuurlijk meerdere malen lezen, schreef ik over mijn seizoensstart en de kwalificatiestrijd waar ik in verwikkeld ben. Samenvattend was het een stabiele seizoensstart zonder de noodzakelijke uitschieter en inmiddels is het zeker dat er vijf vrouwen naar de Paralympische Spelen mogen, atletiek specifiek, maar dat er minimaal zes (waarschijnlijk zeven) kandidaten zijn voor die plekken.  Daarmee werd het Europees Kampioenschap (wat afgelopen week in Stadskanaal gehouden werd) opeens enorm belangrijk. Tot 15 juli kunnen we laten zien wat we waard zijn. Op een groot toernooi wil je sowieso wel laten zien wat je waard bent en nu voelde het nog meer  als een directe selectieprocedure. Een soort US trials (die toevallig samenvielen met ons toernooi). Maar dan in de polder.

Ondanks de weinig aansprekende locatie Stadskanaal (er gaat dus toch iets boven Groningen), was het EK een groot toernooi. Ruim 500 atleten uit 38 landen met, voor mij belangrijk, behoorlijke concurrentie op zowel verspringen als de 100m. Een toernooi in eigen land is leuk, maar kan omdat het zo dichtbij is ook verwarrend zijn. Wel of geen familie, wel of geen afleiding van juryleden die jouw taal praten en altijd op de verkeerde momenten ‘gezellig’ beginnen te kletsen en wel of geen isolatie van de buitenwereld? Zie daar het voordeel van Stadskanaal: het is namelijk helemaal niet dichtbij. Toen we zaterdag afreisden en ik na 2,5 uur in de auto aankwam op het park waar de atleten verbleven, voelde ik me helemaal weg van eigen land. Best lekker eigenlijk. En ondanks, of juist dankzij, de weinig inspirerende omgeving voelde ik me meteen op mijn gemak.
Bovendien verstond ik het dialect van de juryleden ook nauwelijks.

Vooraf hadden de coaches ons al voorgehouden: dit is een uitstekend podium om de wereld te laten zien hoe serieus wij Paralympisch atletiek beoefenen. Go out there and show them. Dat deden we (we, het Dutch Parathletics Team). Al op de eerste dagen van het toernooi werd het Wilhelmus grijs gedraaid. Uiteindelijk zijn er door het Nederlandse team 20 medailles behaald. Een enorm goede score. Geen van die medailles behoort mij toe trouwens, ik werd twee keer vierde.

Twee keer vierde. En toch blij. Blij voor nu, want ik haalde twee persoonlijke records. Op de 100m liep ik voor het eerst onder de Paralympische limiet waar ik zo lang tegenaan had lopen hikken. Met een geldige rugwind van +0.9ms liep ik 17.49s. Eindelijk onder de 17,6 en eindelijk een echte verbetering op de sprint! Een mooie opsteker voor de dag erop, verspringen. In een wedstrijd waar ik voor mijn gevoel goed geconcentreerd bleef, kwam ik tot een minimale verbetering van mijn PR: 3.74m. Precies één cm verder dan op het WK vorig jaar. Ook nu was het in mijn laatste sprong. En hier was mijn ranking dus weer een vierde plek (sprong in een gecombineerde klasse: bovenbeen-, onderbeen en armamputees in de mix). Eigenlijk baal ik daar best een beetje van. 3.83m was goed geweest voor brons. En als ik leer mijn ‘vluchtparabool te verlengen’ (met andere woorden: niet zo verdomde snel de bak in met een snoekduik), kan ik zo’n afstand best halen. Maar dan moet ik het wel doen.

Voor nu zijn twee PRs op een EK dus volgens planning. Maar het is nog niet voorbij. Ik heb mijn plaats in het team nog niet verdient, en als het goedkomt dan moet straks in Londen de echte klapper vallen. Maar de Nederlandse versie van de US trials zijn achter de rug. Volgende week Hilversum. Ook al zo’n wereldstad. Toch zal het me ook daar niet aan inspiratie ontbreken. Afgelopen week heb ik mijn teamgenoten op indrukwekkende wijze zien presteren. Ik weet niet waar de Olympische vlam nu is, maar ik zweer dat ik hem zag branden in de ogen van mijn mede-atleten, de coaches en mijn eigen spiegelbeeld. En dan is de sportzomer nog maar net begonnen.

Stay tuned, trouwe fans!

   
       
126
Bericht geplaatst op:

Ma 21 mei 2012

Paralympisch priemgetal

Normaal gesproken heb ik niet zoveel met ronde getallen. Ik vind priemgetallen eigenlijk mooier: 97, 89, 83, 79, 73, 71, 67 of 61... Maar 100 dagen voor De Spelen: dat is toch ook een soort priemgetal. Het Paralympisch priemgetal: niet te delen door iets anders dan 1 en zichzelf. Past helemaal in de het-is-niet-eens-in-de-vier-jaar-maar-elke-dag-gedachte. Nog 100 dagen tot ook de vlam voor de gehandicapten brandt. Tot we eindelijk officieel beginnen aan het toernooi waar we allemaal al zo lang naartoe werken. 100 dagen. Of drie maanden en een beetje. Met gemiddeld 1 verspringtraining in de week, nog maar 15 keer trainen op mijn meest geliefde onderdeel. Het zweet breekt me plots uit: 100 dagen! Veel te kort!

Aan de andere kant kan er ook een hoop gebeuren, in 100 dagen. Precies 100 dagen geleden was het zaterdag 18 februari. Voor mij een rustdag, maar niet zo één als vandaag, waarop ik me lekker in mijn vel aan het verheugen ben op de volgende wedstrijd. Op 18 februari was er een indoor wedstrijd die ik, door mijn rugblessure, aan me voorbij moest laten gaan. Ik weet nog hoe ik met gemengde gevoelens de uitslagen bekeek: shit, daar had ik moeten staan. Daar had ik mijn vormbehoud moeten tonen en Londen meteen veilig moeten stellen. Maar 100 dagen geleden was ik nog ver van verspringen. Mijn eerste echte sprongen zou ik pas twee maanden later maken, begin april.

Zo zie je maar, het kan verkeren. Nu, met nog 100 dagen te gaan, heb ik er al weer drie wedstrijden opzitten. Zonder pijn of angst, alsof ik nooit geblesseerd ben geweest. Ik deed in één week Lisse, Londen en Hoorn aan (Loorn had het eigenlijk moeten zijn, voor de alliteratie). Na een trainingsstage in Valencia, waar ik eindelijk weer eens alle uithoeken van ‘het gaatje’ kon opzoeken, niet gehinderd door fysieke malheur, was het weer even wennen. In Lisse was het behalve koud en winderig ook gewoon niet zo best: 18.60 (-2.1ms) op de 100, en 3.48m ver (ook -2.1ms). In Londen, in Het Stadion presteerde ik op de 100 een stuk beter: 18.00 (+0.3ms) en hield ik aan verspringen een beter gevoel over dan de afstand (slechts 3.44m) doet vermoeden.  In Hoorn was het weer allemaal net iets beter: 17.95 (+0.6ms) en 3.61m (+0.5ms). Langzaam verdwijnt het slechte van Valencia (de vermoeidheid) en komt het goede van Valencia (de snelheid) erin. Aan de vormbehoudseis is meer dan voldaan.

Ik ben nog allerminst zeker van deelname aan de Spelen. Het gevolg van het feit dat er maar een beperkt aantal atleten mogen starten in Londen. Nederland krijgt waarschijnlijk te weinig startplaatsen voor het aantal genomineerden. Een beetje als bij turnen: Epke Zonderland en Jeffrey Wammes zijn beide turners van wereldniveau, maar er mag er maar eentje starten op de Olympische Spelen. Zo is het ook bij ons. Op 15 juli valt het definitieve wie mee mag, met als uitgangspunt: medaillekandidaten eerst.

15 juli, dat is nog 48 dagen! 48 dagen waarin ik in ieder geval mezelf nog een aantal keer test: op de FBK games 27 mei, de Gouden Spike 9 juni, het NK 17 juni en het EK van 23 tot 27 juni. Wie weet wat er allemaal kan gebeuren in die krappe 50 dagen. Laat staan in die 50 erna. Ik heb er zin in, voel me goed en ben vooralsnog blessurevrij. Als ik een houten poot had klopte ik het af. Laat ons hollen totdat alle paralympische priemgetallen op zijn!

 

Oja! Jij kunt wel al je plek in het Stadion veilig stellen, en wel nu! Extra kaarten voor de Spelen in de verkoop op http://www.london2012.com/

   
       
125
Bericht geplaatst op:

Ma 27 maart 2012

In gesprek met mezelf

Ik ben er weer. Veertien weken na het bewuste moment waarop ik een tussenwervelschijf blesseerde en mijn rug mijn plaats innam, heb ik hem weer veroverd. De afgelopen drie maanden, als mensen mij vroegen hoe het ging, hadden ze het eigenlijk tegen mijn rug. “Hoe gaat het met je?” vertaalde ik naar: “hoe is het met je rug?”. Waarna ik voor een antwoord ook weer naar mijn rug keek en ‘hem’ liet antwoorden. Mijn rug verkneukelde zich al bij voorbaat op dit soort momenten en zaaide meestal wat extra twijfel door nog even extra pijn te doen. Of stijf te worden. Bijvoorbeeld op het NK indoor, waar ik de prijs voor beste gehandicapte atlete van 2011 in ontvangst mocht nemen. Veel atleten, coaches en andere belangstellenden die ik al een winter niet had gezien vroegen zich af: waarom liep je niet mee in de race voor gehandicapte sporters vandaag? Doet je rug nog steeds te veel pijn? Mijn rug, volledig in de kaart gespeeld door de bezorgde en medelijdende blikken, kromde zich nog even extra en noopte me tot antwoorden als: “ja, nee, ja, het is inderdaad nog niet over…” Gek werd ik ervan, ben niet voor niets topsporter geworden, ik wilde van dat stempel ‘patient’ af, wat je na kanker toch slecht afgeschud krijgt. En hier stond ik, op het NK, te kijken naar een fantastische race van mijn teamgenootjes, een beetje te gehoorzamen aan de grillen van mijn rug. Pathetisch! Toen voor de zoveelste keer iemand vroeg waarom ik daar niet stond, op de baan, antwoordde ik half cynisch: “Kijk, alle acht banen waren zijn bezet, ik was te laat met inschrijven”. De vragensteller was compleet van zijn stuk gebracht, maar mijn rug ook even. Ha. Een eerste signaal dat ik de macht weer aan het grijpen was.

Sinds dat bewuste NK indoor, eind februari, heb ik de trainingsbelasting geleidelijk kunnen opvoeren. Steeds vaker kon ik doen wat ik wilde, niet wat mijn rug wilde. En afgelopen week was dan de eerste echte trainingsweek.  Compleet met verspringen, duintraining en bijbehorende verzuring. Mijn rug sputterde hier en daar nog wat tegen maar nu was ik het die de touwtjes in handen had: 's avonds en op rustdagen was wat pijn toegestaan, op trainingsdagen moest hij zich koest houden, na de warming up. Het scheelt enorm dat ik nu niet meer zo twijfel of ik nog dingen kapot kan maken in mijn rug. Wat ik nu voel zijn restpijntjes, kleine irritaties en het besef dat mijn rug altijd kwetsbaar zal blijven. Ik kijk naar beelden van het deadliften wat ik een half jaar geleden deed met een grimas die je automatisch trekt als je een voetballer een doodschop ziet krijgen: plaatsvervangende pijn. Of ik ooit weer dat kan wat ik deed weet ik niet, maar er zijn ontzettend veel alternatieven.

Het ligt misschien aan de lente of aan het feit dat ik niet meer na hoef te denken bij de meeste bewegingen die belastend zijn voor mijn rug: maar ik ben weer voorzichtig optimistisch. Vandaag althans. Zolang mijn rug zijn mond houd. Hoor je dat? Stilte… voor de storm van deze zomer.

 

 

 

 

foto Guido Bonsen

Lekker niet gehoorzamen aan mijn rug op Papendal

       
124
Bericht geplaatst op:

Di 31 jan 2012

Zwart/Wit

Als er nou een jaar is waarin alles zwart/wit is, dan is het wel 2012. In een Olympisch jaar zijn woorden als ‘bijna’, ‘aardig’ en ‘volgende keer beter’ totaal overbodig. Het is goed of slecht. Alles of niets. Zwart of wit.

Ik heb net 3 weken mogen trainen in het zonnige Stellenbosch, Zuid Afrika. Over zwart/wit gesproken. Het verbaasde me dat, nu ik er na twee jaar weer kwam, er niks veranderd is. De zwarte dames die elke dag ons ontbijt maakten en onze kamers opruimden, hebben nog steeds nul dagen per week vrij en werken elke dag voor een schamel loon. Op het terras zitten geen zwarte mensen, enkel witte toeristen. Sterker nog, zelfs in de bediening is het zwart/wit: zwart achter de bar, wit voor het uitserveren aan de klanten. Het maakt dat verblijf in Stellenbosch je, als wit welgesteld wezen, toch altijd zwaar in verlegenheid brengt.

Maar trainen daar was (weer) fantastisch! Hoewel ik het erg moeilijk vond me als geblesseerd schaapje groot te houden tussen alle kerngezonde waanzinnig goede atleten uit mijn team, heb ik goed kunnen revalideren. Altijd blijken mijn verwachtingen de realiteit te ontstijgen, want waar ik had gehoopt volledig genezen terug te keren, moet ik aanvaarden dat het nog niet over is. Ik heb nog steeds elke dag rugpijn. Maar ik ben een stuk verder dan ik drie weken geleden was, heb een paar goede looptrainingen kunnen doen. Er rest mij niets anders dan doorgaan op de ingeslagen weg en moed houden. De spelen zijn nog niet verloren!

In het kader van zwart/wit, heb ik een harde beslissing genomen in de afgelopen trainingsstage. Ik zal van nu af aan niet meer bij Arno Mul trainen, maar bij Guido Bonsen. Arno is net begonnen als bondscoach voor de wheelers van het Dutch Paralethic Team, dat doet hij fantastisch. Met hart en ziel heeft hij zich gestort op deze sporters, wat alleen al in Stellenbosch een karrevracht aan trainings-PR's opleverde. Kijk uit voor deze racemonsters op wielen, ze gaan medailles binnen slepen.

Tijdens deze stage zal ik wat ik tegelijkertijd vreesde (zwart) en hoopte (wit): dat de wheelers veel van Arno’s tijd en aandacht vergen. Ook ik heb die aandacht nodig, zeker nu ik nog revalideer (wat een schijtwoord is dat toch voor een sporter). Langzaam kwam ik tot het besef dat ik een trainer nodig heb die tijd heeft die tijd in mij te stoppen, als ik straks optimaal wil presteren in Londen.

Het is bizar dat juist nu Arno fulltime werkt in gehandicapten atletiek, ik het gevoel kreeg dat ik niet meer in dat plaatje pas. Een doorwaakte nacht en een goed gesprek later, bleek gelukkig dat Arno zich kon vinden in mijn beslissing. Enigszins opgelucht kon ik later op de dag concluderen dat Guido graag met me aan de slag wilt (want zonder trainer zitten in dit jaar leek me toch wel heel zwart).

Ik heb ontzettend veel aan Arno te danken, hij heeft me geleerd wat topsport echt inhoud en hoe je uit een hopeloze situatie met een portie wilskracht, doorzettingsvermogen en (vooral) een plan een heel eind kan komen. Als ik in Londen sta straks, hopelijk, dan zal ik daar staan dankzij Arno. Bij deze vast een grote DANKJEWEL! Gelukkig zal Arno als bondscoach van de wheelers nooit heel ver weg zijn. Een klein kleurig randje in een zwart/wit jaar.

Ik weet zeker dat ik bij Guido in goede handen ben. Als er iemand weet wat nodig is voor een topprestatie is hij het wel en ik zie uit naar het moment dat ik pijnvrij opsta en weer vol aan de bak kan om mijzelf en hem te laten zien dat ik als het gaat om goed versus slecht, ik me 100.000% zal inzetten me aan de goede kant van die scheidslijn te scharen.

Dit jaar is het dus het zwart of wit. Met een beetje roze.  

   

Foto:Arno Mul. Stellenbosch 2012

       
123
Bericht geplaatst op:

Woe 28 dec 201
1

Everything’s not lost

 

When I counted up my demons

Saw there was one for every day

With the good ones on my shoulder

I drove the other ones away

 

Coldplay staat ook dit jaar weer tien keer in de Top 2000 (en ben ik nou de enige die helemaal niks snapt van het feit dat ‘Viva la Vida’ de hoogst genoteerde op nummer 7 is?) Bovenstaand nummer staat er niet in, hoewel wat mij betreft stukken beter dan ‘clocks’, maar ik werd er vanochtend mee wakker en sindsdien zingt het door mijn hoofd: everything’s not lost. En zo is het maar net.

 

Anderhalve week geleden dacht ik daar wel anders over. Mijn rug deed al een weekje zeer, maar het was allemaal niet echt verontrustend pijnlijk totdat ik tijdens een krachttraining de boel goed forceerde. In eerste instantie baalde ik alleen van de pijn en het feit dat ik welhaast moedeloos werd als ik iets moest oprapen van de grond, wat onmogelijk was. Heel irritant als je zo onhandig bent als ik en bovengemiddeld vaak dingen laat vallen. Toen de pijn in een weekend van rust nauwelijks wegtrok werd ik een beetje zenuwachtig (en dit is het punt waarop mijn coaches even zullen grinniken, want ik zat in werkelijkheid tegen het plafond van de stress). Op maandag, anderhalve week geleden dus, sprak sportarts John IJzerman dan de niet zo verlossende woorden: hier ben je nog wel even zoet mee. Mijn rug bleek een flinke tik te hebben gehad en wellicht was ook de tussenwervelschijf beschadigd. Een soort hernia XXS dus.

 

Ik geloof dat ik het nieuws dat ik kanker had 13 jaar geleden beter opnam dan dit. Zes weken uit de roulatie? Als topsporter? Met überbelangrijke 2012 trappelend voor de deur? Nachtmerrie! Nachthengst beter gezegd, ik was even heel verdrietig en boos op mezelf, had ik dit niet kunnen voorkomen?

 

Gelukkig ben ik een nogal dramatisch aangelegd persoon en zien dingen er de volgende ochtend al een stuk zonniger uit. Een diagnose betekent namelijk ook een aangrijpingspunt: het dieptepunt is bereikt, vanaf nu weer omhoog. En sindsdien houd ik me braaf aan de regels: wel bewegen, niet rennen. Wel zitten en staan, maar ook vaak liggen. En met resultaat.

 

We (ik en mijn onwillige L5-S1 werveldinges) zijn inmiddels 1,5 week verder en de pijn is een stuk minder. Ik mag zelfs weer denken aan rennen aan het eind van deze week (maximal 5 versnellingen, niveau nul maar toch) en het ziet er naar uit dat ik niet per se degradeer tot waterdraagster tijdens de komende trainingsstage in Zuid Afrika (9-30 januari 2012).

 

Mijn rugprobleem is nog niet weg en het is zaak zo goed te herstellen dat het geen terugkerende blessure wordt. Nog een beetje gedisciplineerd blijven dus. Maar ‘het’ (Londen, ik, alles) is zeker nog niet verloren. Everything's not lost.

 

Singing out,

Oh oh oh yeah,

Oh oh yeah,

Oh oh yeah,

Everything's not lost...

   
       
122
Bericht geplaatst op:

Zo 17 dec 201
1

Het is weer december

Bepaalde thema’s keren elk jaar weer terug in deze maand. Natuurlijk Sinterklaas, Kerst (met minstens één keer ‘ik ben een kerstbal’ van Bert en Ernie) en het bijbehorende gevecht tegen de kerstkransjes, glühwein en de chocoladetoetjes. Meestal is december een spannende maand: al glibberend over de bevroren stoepen uit alle macht hopen dat ik mezelf niet voor paal zet als midden op de dam mijn prothese besluit een andere kant op te glibberen dan de rest van mijzelf. (ook zonder sneeuw kan dat trouwens, ik ging van de week op het Sportgala flat out, toen ik bleef haken achter een camerasnoer. In gala. Uiterst onelegant. Niks menselijks is mij vreemd).

December, een maand van lijstjes, best offs, prachtige lange mails van je bondscoach met een terugblik op het afgelopen jaar en nog maar eens een aansporing voor het volgende, belangrijke, belangrijkste, jaar.  Een maand waarin je schaamteloos Love actually voor de tiende keer kunt bekijken en voor de tiende keer kunt snotteren bij die scene waarop zij erachter komt dat hij die ketting niet voor haar kocht. En natuurlijk is december de maand waarin Serious Request plaatsvindt, de welbekende actie van 3FM waar drie DJs zes dagen in een glazen huis doorbrengen, niets eten, en en passant een fortuin ophalen voor een goed doel.

Zoals altijd zal ik met veel plezier luisteren naar 3FM tijdens Serious Request. Dit jaar is het thema: moeders. Nodeloos te zeggen dat dit thema mij aan het hart gaat.  En nu weet ik dat dit natuurlijk niet gaat om moeders in Nederland, maar in veel desolatere oorden. Toch kan ik het niet helpen dat, helemaal in december, elke keer als ik het woord ‘moeder’ hoor op de radio, mijn gedachten uitgaan naar Nellie. Mijn moeder, die op 22 december (middenin Serious Request) 59 jaar zou zijn geworden, maar helaas is blijven steken op 50. Nu zou ik haar, meer dan in andere jaargetijden, willen vragen wat zij nou van dit jaar vond, of ik het nog ergens beter kan doen. Of eigenlijk, nee, misschien zou ik alleen maar heel dicht tegen haar aankruipen en me op haar schoot wurmen, zodat ik haar nog een keer kan horen zuchten: “o nee, Marije, daar ben je echt te groot voor”, wetend dat ze me toch niet van zich af zal duwen, omdat zij net zo van knuffelen houdt als ik. Daarna zouden we de kaarsjes aansteken en hoogstwaarschijnlijk nog een keer ‘ik ben een kerstbal’ zingen, terwijl ik en mijn zusje een gek dansje doen.

December is een tijd van wegdromen. Ik weet heus wel dat de realiteit me morgen weer achterhaalt, maar nu nog heel even niet. This one’s for Mama!

   
       
121
Bericht geplaatst op:

Zo 13 nov 201
1

More or less?

Less is more. Het wordt zo vaak gezegd, dat de waarheid die achter deze drie simpele woorden schuilgaat, verloren is gegaan. Ik verzeilde deze week in drie situaties, waardoor ik opeens de betekenis van de uitdrukking weer snapte.

Gisteravond was ik in het theater, naar One night of Queen, een tributeband die elk jaar een aantal weken door de Nederlandse theaters toert, geproduceerd door Bos Theaterproducties, waar mijn vriend Pieter werkt. Het is een echte feestshow, die je het best beleefd als je gaat staan en mee danst met de angstaanjagend goede Freddy look-a-like Gary Mullen. Helaas zat zelfs na drie knalgoede nummers iedereen in de zaal nog op z’n gat. Klappend en tappend met de voeten, maar schuchter om zich heen kijkend, want stel je voor dat zij de eersten zouden zijn die opstonden! Ook ik werd beperkt door dat vreemdsoortige schaamte. Bang om het eerste schaap over de dam te zijn. Er was één man, schuin voor mij, die duidelijk geen last van remming had. Al vanaf de eerste minuut van het concert stond hij vol overgave mee te zingen en te springen. Hij had de tijd van zijn leven. Op dat moment was zijn Syndroom van Down een zegen. Niet nadenken, gewoon genieten. Less is more, zegmaar. En wij maar beleefd klappen.

Less is more. Minder nadenken, meer doen. Het is precies zo simpel en toch een stuk moeilijker dan het klinkt. Ik sprak een vriendin die een nogal deprimerende kijk op de wereld heeft. Ze had nog eens diep nagedacht over deze wereld, over alles om ons heen, en kon plots de zin van dit alles niet meer ontdekken. Want alles om ons heen, inclusief wij zelf, zijn in de kleinste deeltjes opgebouwd uit hetzelfde. Moleculen, atomen, als je de deeltjes maar klein genoeg afbreekt, is alles opgebouwd uit hetzelfde, alleen in een ander evenwicht. En als je door een actie iets in je omgeving veranderd, je scheurt bijvoorbeeld een papier doormidden, is het evenwicht veranderen het enige wat je doet. De deeltjes blijven hetzelfde. En als het enige wat wij doen op deze wereld is het veranderen van evenwichten, die toch in essentie blijven bestaan, wat is dan de zin? Daar moest ik even over nadenken. Zo klinkt leven inderdaad vrij nutteloos. Om depressief van te worden.

De derde situatie is een toevallige ontmoeting met een oud klasgenootje. Of ik “nog steeds” aan het sporten was? Ja. En nog steeds zo fanatiek? Fanatieker than ever. “Nou, als je nog niet werkt, dan wel goud halen hè?” Om mij maar eraan te herinneren dat alleen een gouden medaille mijn keuze voor topsport kan rechtvaardigen. Het deed me weer beseffen dat wat ik nu doe, een sprong in het diepe is. Een berekende sprong, want ik weet precies hoe lang ik moet aanlopen (trainen) en wanneer ik moet springen (Londen). Maar hoe diep het water is, of er echt goud ligt aan het eind van deze regenboog? Ik heb geen idee. Die onzekerheid, dat het ook mis kan gaan, dat ik met niks kan eindigen, zou verlammend kunnen werken. De druk om de evenwichten van de atomen zo te schikken dat mijn leven wel zin krijgt, is groot. Aan de andere kant is het ook spannend, en voel ik me vaak net als die jongen met Down bij het concert van gisteren: vanaf de eerste minuut juichen, meezingen, genieten. Blij zijn dat ik er deel van uit mag maken en niet denken aan wat anderen denken, of ‘wat als’. Meer van minder. Less is more.

Misschien kom ik er dan wel achter dat de evenwichten zich ongemerkt precies zo schikken als ik dat graag zou willen…

   
Bericht 111-120  

 

 

 

 

  HOME