Vaak kom je
terug van een reis, ben je een dag thuis en heb je het gevoel alsof
je helemaal niet weggeweest ben. Nu niet. Ik ben een dag thuis, maar
heb het gevoel dat er al een heel 2011 op zit terwijl het pas begin
februari is. Sinds mijn laatste update hier is er nogal wat gebeurd.
Na zo goed en
zo kwaad als het ging mijn euforische gevoel na het verspringen
hebben verwerkt, stond er ook nog een 100m finale op het programma.
Ik was doodnerveus. De 100m is normaal gesproken niet mijn sterkste
kant en nu ik toch in topvorm was had ik het gevoel dat er wel iets
van te maken moest zijn, alleen wist ik niet zo heel goed hoe. En
toen ik eenmaal over de finish kwam, wist ik dat het niet was
gelukt. De race was me na een goede start door de vingers geglipt,
het was me maar ternauwernood gelukt niet laatste te worden. Ik werd
6e in een niet al te beste tijd, 18.27s. En dat viel
tegen. Ik had mijn medaille te hard gevierd, ik heb me onvoldoende
gefocust, ik ben niet professioneel genoeg: er schoot van alles door
mijn hoofd.
Nu, anderhalve
week later, baal ik er nog steeds stevig van. Stomme ik, stomme
100m! Als er al niet genoeg werk aan de winkel was, dan is dat er nu
wel. Hoewel ik nog steeds superblij ben met mijn 3.73m, was het WK
completer geweest met een goede 100m. Gelukkig gaat boos zijn op
mezelf me beter af dan heel blij zijn, dus deze emotie voelt
vertrouwd en is een goede bodem voor een nieuw seizoen hard werken!
Na nog een paar
dagen in Christchurch, waarin we de omgeving en de plaatselijke
kroegen goed hebben bekeken, heb ik nog een halve week met mijn
familie in Sydney doorgebracht. In de voorbereidende stage van het
WK was ik er al weg van, maar nu ik de kans had om als echte toerist
rond te wandelen was ik nog meer onder de indruk van deze stad.
Mooie parken waar je verzocht werd om juist wel op het gras
te lopen, onwijs mooie musea en fantastische stranden. Ik snap
waarom mijn broer juist hier wilt wonen!
En nu ben ik
weer thuis. Nederland is zo gek nog niet, ik heb mijn huis en
Amsterdam echt gemist. Morgen begint het echte leven weer, en is het
tijd om het WK achter me te laten. Ik wil iedereen bedanken voor
jullie hartverwarmende reacties en meeleven tijdens dit toernooi. Ik
vind dat heel bijzonder. Op naar meer en beter!
109
Bericht geplaatst op:
Di 25 jan 2011
Marije 6de op 100 meter sprint
Na de succesvol verlopen verspringwedstrijd, is Marije dinsdag als
6de geëindigd op de 100 meter tijdens het Wereldkampioenschap in
Christchurch. Met haar tijd van 18.27 seconde liep Marije helaas
0.56 boven haar eigen persoonlijke record.
Meer informatie volgt
later
108
Bericht geplaatst op:
Ma 24 jan 2011
Dagboek Christchurch 2
6.15u. Ik ben klaarwakker. Meteen toen ik mijn ogen opendeed en me
omdraaide naar de klok wist ik al dat verder slapen kansloos was. Ik
kijk langs de klok naar de rest van mijn nachtkastje. Ja hoor, daar
ligt ie: de zilveren medaille. Mijn PR, NR, CR (clubrecord!) en
nominatie voor de Spelen van 2012. Ik probeer mezelf tot orde te
roepen, want over anderhalve dag loop ik de 100m finale en ik moet
mezelf toch wel een beetje bij elkaar rapen voor die tijd. Maar het
is kansloos. Dus geef ik mezelf nog even de tijd terug te dromen
naar de wedstrijd.
De ochtend duurde eindeloos. Pas om 13u zou ik de bus naar de baan
nemen en al vanaf half tien zat ik te wachten tot de klok zijn trage
wijzers richting de 1 verplaatst. Eenmaal in de bus naar het stadion
zakken de zenuwen een beetje: oke, it’s on, het is begonnen. De
warmupbaan is rustig, er zijn voor 16u weinig onderdelen, dus weinig
atleten in voorbereiding. Samen met mij druppelen mijn concurrenten
binnen, maar meer dan een lach en een groet kan er niet af. Snel
zoek ik mijn plaatsje bij de verspringbak op. My Chemical Romance op
mijn Ipod (de artiesten van mijn Ipod heb ik in de voorafgaande
weken aan een heuse afvalrace onderworpen en dit is de winnaar).
Rustig trek ik mijn ‘warmup’ prothese aan, en begin met inlopen.
Eindelijk, het is begonnen.
Een klein uur later zit ik in de callroom. De Duitse Vanessa Low
vraagt of ik ‘excited’ ben. Ja, DUH! Natuurlijk! Al mijn collega’s
moeten nog naar de WC (een heel gedoe met je sportprothese aan) maar
mijn blaas houd zich rustig, en ik blijf alleen achter. Lachend
constateer ik met de wedstrijdleiding dat ik die gouden medaille al
in de pocket heb, aangezien ik de enige atleet ben. Mijn tas wordt
doorzocht, gelukkig hoeft er niets ingenomen te worden, alleen mijn
extra spikepuntjes.
Na drie sprongen plof ik neer op mijn stoeltje aan de kant van de
aanloop. De springvolgorde wordt opnieuw bepaald, we moeten iets
langer wachten. 3.48, 3.57, een foutsprong: geen slechte score. Maar
het kan beter. Ik bedenk bij mezelf dat ik nog niet eruit haal wat
erin zit, mijn aanloop is nog niet goed genoeg. Guido buigt over het
hek achter me: “kom op, laat zien wat je waard bent, durf die afzet
goed te maken, ik wil niet iemand zien die bang is om te springen”.
WAT? Bang? Never! Als dat is wat ik uitstraal, moet er wat
veranderen. Ik vind het juist leuk! De nieuwe volgorde wordt
omgeroepen, ik sta op. Kom op nou!
Nog 1 sprong te gaan. 3.60 tot nu toe. Not bad, maar nog steeds niet
super. Ik trek mijn t shirt uit. This is it. Enigszins verrast
zie ik dat ik om de medailles spring, ik sta zelfs tweede. Niet aan
denken, denk aan je aanloop, denk aan je aanloop. De Poolse Ewa
springt 3.62m. Shit, die is me voorbij. Ze loopt terug, maakt
een vuist en zegt: “Silver!”. Godsamme, ik spring al 8 jaar tegen
haar en ze spreekt geen woord Engels en nu opeens dat woord ‘silver’?
Ik heb nog 1 poging. Ze heeft nog geen ‘silver’. Not yet. Ik sta
ongekend zelfverzekerd op de aanloop, dit wordt hem, ik weet precies
wat ik moet doen. Mijn aanloop en sprong zijn goed, maar ik denk dat
hij ongeldig is. Ik land, loop de bak uit en hoor mijn vader
schreeuwen: “Dit is hem!”. Ik kijk meteen naar Guido, maar hij zegt
niks. Kijkt gespannen. Dan, na een eeuwigheid verschijnt op het
scherm: 3.73m. Ik schreeuw, ik gil, ik spring als een idioot op en
neer. Iemand gooit de vlag naar me, ik loop als een spast rondjes,
me nog afvragend of ik de vlag wel goed om houd. Het voelt als een
overwinning.
Ik stap uit mijn bed en onder de douche, spreek mezelf streng toe.
Nu is het tijd voor de 100m. Nog anderhalve dag. Terug naar het hier
en nu! Maar ik heb toch moeite de glimlach van mijn gezicht af te
poetsen.
107
Bericht geplaatst op:
Zo 23 jan 2011
Marije wint ZILVER met verspringen tijdens WK!
Vannacht (4.10 uur Nederlandse tijd) heeft Marije zilver gewonnen op
het WK in Christchurch. Met een afstand van 3.73 meter sprong ze een
nieuw persoonlijk record! Marije sprong in een serie van 6 sprongen
3.48 - 3.57 - X - X - 3.60 - 3.73.
Meer informatie volgt
later
106
Bericht geplaatst op:
Ma 17 jan 2011
Dagboek Christchurch 1
Eindelijk een update van de andere kant van de wereld. Hoewel we
vanuit Sydney alweer vertrokken zijn en ik dit stukje typ op een
plein middenin Christchurch (ik kan dan weer niet helemaal rijmen
met de stadsnaam dat ik nu pal naast een kathedraal zit) heb ik nog
niet de kans gehad een update te schrijven. Dat heeft te maken met
het feit dat ze aan deze kant van de wereld internet belachelijk
duur en langzaam maken, maar ook doordat de tijd hier voorbijvliegt.
Het lijkt gisteren dat Pieter me uitzwaaide op Schiphol, maar het is
alweer bijna twee weken geleden.
Ik betrap mezelf erop dat ik af en toe naar de grond onder mijn
voeten kijk en in gedachten een lijn boor, recht naar beneden.
Ergens aan de andere kant van de aarde, waar die lijn dan uit zou
komen, ligt Nederland. Het is een gek idee dat ik echt helemaal aan
de andere kant van de aardbol ben. Quite cool actually! In Sydney
was het tijdsverschil met ‘jullie’ 10 uur, hier in Christchurch is
het zelfs 12 uur. Dus terwijl ik dit stukje schrijf in het laatste
avondlicht, lost rond Amsterdam langzaam de ochtendspits op.
Maar genoeg gefilosofeerd, want ik heb natuurlijk niet alleen maar
naar de grond gestaard tot nu toe! In Sydney verbleven we op het
Olympic Park, pal naast de stadions waar de Olympische en
Paralympische Spelen georganiseerd werden in 2000. Voor Kenny een
trip down memory lane, en niet alleen voor hem een inspirerende plek
om te trainen. Buiten het feit dat de faciliteiten optimaal waren,
proefden we ook op elke hoek van Olympic Boulevard de
sportgeschiedenis die daar geschreven is. Af en toe leek het of de
geest van Cathy Freeman (eerste aboriginal vrouw die Olympisch Goud
–op de 400m- won voor Australië) letterlijk de lucht vulde.
Vanzelfsprekend komt dat de sportieve prestaties ten goede! Was ik
nog niet helemaal zeker van mezelf bij het afreizen naar Sydney,
eenmaal bezig kwam het vertrouwen steeds meer terug. Op een klein
incident na (ik liep letterlijk mijn prothese aan flarden, gelukkig
snel gerepareerd door Frank Jol), voel ik me steeds sterker worden.
Aan het eind van ons verblijf in Sydney deden we een wedstrijd met
onder andere de Paralympische atleten van Amerika, Australië,
Finland en Canada als laatste test. Die pakte goed uit: op de 100m
voor de tweede keer van mijn leven onder de 18s, namelijk 17.87s en
met ver een PR met 7 cm: 3.61m. Beide prestaties geven me
vertrouwen, helemaal omdat het beter kan en moet aankomende zondag
en dinsdag.
En nu zitten we dus in Christchurch, in een superchique hotel.
Morgen verkennen we het stadion en de directe omgeving en verder zal
ik deze week nog een paar trainingen afwerken die op het scherpst
van de snede zullen zijn. Het is spannend en eng, ik heb het al zo
lang over ‘het WK in Christchurch’ en het is zo’n begrip geworden,
dat het bijna vreemd is dat de wedstrijd er nu dan echt
onvermijdelijk aankomt. Maar ik voel me fit en ben klaar voor de
uitdaging.
Wedstrijd
Sydney 14 januari 2011
105
Bericht geplaatst op:
Vr 31 dec 2010
Trappelen
Op de laatste dag van het jaar nog een update van mijn hand. Elf
jaar geleden lag ik in het ziekenhuis met oud en nieuw, vanaf de
achtste verdieping kon ik samen met mijn moeder heel Amsterdam
overzien, waanzinnig met al dat vuurwerk. Er is heel wat veranderd
in elf jaar, want nu sta ik aan de vooravond van het WK voor
gehandicapten. Hoewel ik vergeleken bij het hoopje kind wat ik toen
was nu minder gehandicapt ben. Geloof ik.
Maar tot zover het melancholische deel van dit uiteinde. Want
eerlijk gezegd sta ik te trappelen om 2011 te beginnen. Het WK is al
zolang een ‘ding’ dat het nu wel eens tijd wordt de daad bij het
woord te gaan voegen. Ik merk de afgelopen week dat de
trainingsstage en de dagen rust daarna me goed hebben gedaan: het
lopen gaat makkelijker, ik ga sneller, mijn verspringaanloop is
opeens een halve meter langer (in een windstille hal). Aan alle
kanten borrelt het in mijn lijf en in mijn hoofd: ram die top 2000
er maar doorheen, ik ben klaar voor alles ná de Eagles!
Hoewel topsport behoorlijk egoïstisch is en ik in deze tijden moet
toegeven voornamelijk aan mezelf en mijn optimale voorbereiding
denk, kan ik deze kans niet voorbij laten gaan om jullie allemaal
het allerbeste te wensen voor het komende jaar (en de 100 daarna).
Speciaal denk ik aan mijn vader, die met zijn partner een nieuwe
start maakt in Gouda. Wat een genot hem zo gelukkig te zien. En aan
mijn vriend, steun en toeverlaat Pieter, die de eerste maand van
2011 zonder me door moet brengen (hoewel, wel lekker rustig). Een
speciale dank aan mijn coach Arno, die na Beijing weer een mijlpaal
in mijn carriere moet missen, maar dankzij zijn niet aflatende steun
via de sms/mail en skype er bijna fysiek bij is. En het hele Dutch
Paralethic Team: laten we de wereld tonen welke sprongen voorwaarts
we hebben gemaakt als paralympische sporters.
Kortom, ik wens iedereen een blessurevrij, recordbrekend,
übergelukkig 2011. Nog maar 607 dagen tot de Spelen in Londen. Waar
wachten we nog op?
104
Bericht geplaatst op:
Di 14 dec 2010
Kleine hoekjes en de rest
Vandaag kwam ik een spreuk van Loesje tegen: als ongeluk in een
klein hoekje zit, zit geluk in de rest. Een hoog filosofisch gehalte
(toen ik hem naar mijn trainer smste vroeg hij zich af of ik al een
halve fles rosé naar binnen had getikt), maar toch sprak hij me aan.
Want hier op Tenerife zijn er maar heel weinig hoekjes, en lijkt er
heel veel geluk.
Woensdag 8 december kwamen we aan. Niet voor de eerste keer beleggen
we hier een trainingsstage, en sinds ons laatste bezoek in april
lijkt er niets veranderd. Zelfs de hotelgasten lijken hetzelfde:
over het algemeen te dikke, Engelse overwinteraars. Dezelfde
smaakloze gordijnen en de simpele maar aardige service. Het voelt
bijna als een thuis.
Ook op de atletiekbaan is alles bij het oude gebleven. Met als
verschil dat er opvallend veel rolstoelers op de baan zijn. Ook de
Finnen en de Zweden bereiden zich hier op Tenerife voor op het WK.
Onder andere de grootste concurrent van wheeler Kenny van Weeghel is
hier, en de mentale oorlogsvoering barst meteen los (lees meer
daarover, en over de andere selectieleden op
www.atletiek.nl!).
Na de eerste paar dagen nog wat rustig te hebben getraind, barstten
de harde trainingen los. Ik ben eigenlijk snel gewend aan het warme
weer hier. Sterker nog, ik voel hier pas hoe verkrampt en verkleumt
de kou van Nederland op dit moment je maakt. Hoewel de effort
hetzelfde is, loopt alles hier makkelijker en daarmee ook een stuk
sneller. De sfeer in de groep (elk van de atleten hier zal ook
straks op het WK in actie komen) is goed, en tussen de trainingen
door slaap ik vooral.
Natuurlijk is het niet allemaal hosanna. Fysiotherapeute Petra heeft
geconstateerd dat ik toch wel erg veel spanning op mijn bovenrug heb
en bijna altijd mijn schouders onbewust optrek. Gevolg is dat ik een
beetje ga lopen als een holbewoner: mijn schouders in elkaar en mijn
hoofd te verkrampt naar voren. Ik doe veel oefeningen om het
allemaal weer soepel en recht te krijgen, zodat ik straks letterlijk
met opgeheven hoofd aan de start sta!
We blijven hier tot 22 december, nog ruim een week dus. Donderdag
aanstaande volgt het eerste testmoment: 30m vliegend. En morgen
verspringen en aan mijn prothese sleutelen met Frank Jol, die hier
voor 3 dagen is neergestreken. Ik hou jullie op de hoogte! En blijf
ver verwijderd van kleine hoekjes…
103
Bericht geplaatst op:
Vr 15 okt 2010
Niet goed genoeg
“De politiek
moet dichter bij de gewone mens”, een veel gehoorde leus dezer
dagen. Onzin. Wat mij betreft hoeven politici helemaal niet te zijn
zoals de gewone mens. Kijk maar om je heen, van de gemiddelde
medebewoner van dit land hoop je toch niet dat hij ooit een
kamerzetel bezet. Ik zou regeren in ieder geval niet aan mijzelf
toevertrouwen. Politici zijn hyperintelligente, zeldzame wezens met
het vermogen ruim 13 uur te vergaderen, dan twee uur de pers te
woord te staan zonder iets te zeggen en vervolgens al pissend in de
urinoirs van het regeringsgebouw in Den Haag een nieuw regeerakkoord
uit te onderhandelen.
Dus was ik blij
dat NRC.next vandaag een bijlage drukte met daarin het regeerakkoord
uitgeplozen en opgeschreven in begrijpelijke taal. Want van de drie
kantjes lange zinnen in het originele akkoord had ik toch niets
begrepen. Ik bladerde natuurlijk meteen door naar het voor mij meest
relevante ministerie: Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Waar ik
overigens vooral over Volksgezondheid en Sport las, niets over
Welzijn. Wat zouden de Welzijn-ambtenaren de hele dag doen, vroeg ik
me af. Het kantoor voorzien van een prettige sfeer met nieuwe
ambi-pur geurtjes en een didactisch verantwoord complimentje?
“lekker eigenwijs, zoals u dat paars droeg op het bordes, minister
Schippers! Kopje lavendel thee?”
Ik ben tijdens
de afgelopen periode, toen bleek dat we daadwerkelijk de ‘ruk naar
rechts’ zouden gaan maken, er eigenlijk altijd lekker
egoïstisch vanuit gegaan dat al die bezuinigingen mij niet zouden
raken.
Ik ben immers oer-Hollands en DINK, Double Income No Kids.
Bovendien vind ik feminisme zó 1960, toen er nog
echt vrouwenonrecht bestond in Nederland. Elke vrouw die nu wat wil,
kan volgens mij haar droom realiseren. Dus was ik helemaal
Rutte-klaar. Dacht ik.
Want toen ik me
eenmaal door alle in meer of mindere mate idiote maatregelen in de
gezondheidszorg had heen gewerkt (bijvoorbeeld afschaf van de
Numerus Fixus in de studie Geneeskunde, terwijl nu al niemand een
opleidingsplek kan krijgen!), wachtte mij pas de grote klapper. Het
nieuwe kabinet steunt namelijk het Olympisch Plan 2028. Dat is goed.
VVD en PVV willen zelfs heel graag de Olympische Spelen organiseren.
Maar, en ik citeer, alleen “het CDA wil de Paralympische Spelen”.
Huh? Eerste
reactie. HUH?!? Tweede reactie. Blijkbaar is die rechtse ruk
erger dan gedacht. Voor het eerst kan ik me echt inleven in hoe alle
allochtonen in Nederland zich op dit moment moeten voelen: niet goed
genoeg. Alleen het CDA strijkt de hand over het hart en zegt: ach,
laat ze er maar bij. Ik ben echt furieus! Dacht dat gehandicapten
‘de gratie Gods’ niet meer nodig hadden om mee te mogen doen in de
maatschappij. Want met de vooruitgang in de gezondheidszorg leven we
langer, maar ook met meer handicaps. En al die mensen worden met dit
kleine zinnetje aan de kant geschoven.
Ik zie ze al
zitten, die zelfingenomen heren met al hun ledematen er keurig nog
aan: “Ja, die Olympische helden, die hebben wel wat, maar dat
gehandicapten gedoe, moet we daar nou ook nog geld voor
uittrekken?”. JA, natuurlijk! Want al die sporters die daar staan,
willen staan of de invaliden die een voorbeeld nemen aan
gehandicapte topsporters zijn uitgedaagd meer met hun leven te doen
dan hulp vragen. Zij kunnen hun bijdrage aan de maatschappij leveren
dankzij sport. Ik kan straks volledig bijdragen aan het Bruto
Nationaal Product, omdat ik fysiek fit genoeg ben, dankzij de
sport.
Woedend
overweeg ik me arbeidsongeschikt te laten verklaren, in een
elektrische stoel te gaan zitten en tot in de lengte der dagen op
overheidsgeld te teren. En dan pissen over de nieuwe auto van Mark
Rutte. Want er was geen gehandicapten toilet in de buurt.
102
Bericht geplaatst op:
Wo 6 okt 2010
Afschuw en
meelij
De winter is in volle gang. U merkt het misschien nog niet aan de
temperatuur, maar op de atletiekbaan heerst een ijzige discipline.
De tijd van veel trainen, snakken naar rustdagen en na het opstaan
twijfelen of je je nou beter of slechter voelt dan de dag ervoor. In
al dat harde werk schuilt ook glorie: weten dat je aan een stabiele
basis voor weer een seizoen (het WK!) aan het werken bent. Juist
tijdens dit verleggen van grenzen liggen blessures op de loer.
En zo kwam het dat ik, al twee maanden in training zonder pijntjes,
opeens op krukken liep en aan de antibiotica zat. Anderhalve week
geleden verscheen er zonder voortekenen een pijnlijke plek op mijn
stomp (een wat oneerbiedig woord voor het stuk van mijn rechterbeen
dat ik nog wel heb). Na een nacht en een halve dag hopen dat het
gewoon een voorbijtrekkend plekje was zoals ik er zo vaak één heb,
bleek dat zich onder de huid een grote ontsteking had gevormd. Zo’n
ontsteking heb ik twee keer eerder gehad, en twee keer eerder ging
het pas weg na een zero tolerance beleid: antibiotica en
prothese uit.
Dat laatste is één van de ergste straffen die je me kunt geven.
Mochten mijn vijanden me willen kwellen: take my leg. Alles
is irritant zonder been. Fietsen (dat kan namelijk niet, althans, ik
kan het niet), lopen (dat kan alleen op krukken, en de evolutie is
zo ver gevorderd dat armen echt niet meer gemaakt zijn om mee te
lopen, geloof me), thee halen (wat heel naar is als je een thee
verslaving hebt, zoals ik), cola halen (idem voor cola verslaafden,
zoals ik)… Alles eigenlijk!
En dan natuurlijk het staren. Alsof ik de bloederige resten van mijn
been nog achter me aan sleepte, zo werd ik op straat nagekeken.
Stoer probeerde ik het te negeren en juist trots te zijn (‘say it
loud, I’m disabled and I’m proud!’), maar struikelde prompt over
een losse stoeptegel, wat me op nog meer blikken vol mengeling
tussen afschuw en meelij kwam te staan. Ik kwam er weer achter dat
ik alleen dankzij de moderne hulpmiddelen als een prothese geen tot
op het bot verzuurde WAJONG trekker ben geworden. Ik telde de dagen
af tot ik mijn been weer aan mocht.
En gelukkig, na wat bezoekjes aan de prothesemaker voor een nieuwe
koker, mocht ik afgelopen zaterdag weer volop rennen. Twee armen
vrij om om me heen te zwaaien, mijn neus in de wind zonder zorgen.
Wat een fijn gevoel. Ja, ik waagde me zelfs aan poëtische uitroepen
als: ‘ik ben verlost van mijn ketens!’ en stiekem deed ik een
disabledmoonwalk. Benieuwd of ik dat gevoel kan
vasthouden als ik mij morgen waag aan 2x4x250…
Are we human?
Or are we dancer?
My sign is vital
My hands are cold
And I'm on my knees
Looking for the answer
Are we human?
Vorige week heb ik mijn slaapkamer bij mijn vader opgeruimd. Hoewel
ik graag geloof dat 23 nog niet de leeftijd is om een testament van
je jeugd op te maken, wil mijn vader verhuizen en mijn troep
de deur uit hebben. Dus ruimde ik na lang aandringen een vrije avond
in om eens goed te gaan snoeien in de talloze gevulde schoenendozen
en volgepropte garderobekast: mijn tienerjaren.
Allereerst vond ik een enorme hoop stof. Snuffend begon ik de
eerste ‘zak voor Max’ in te pakken. Mijn gesnotter klonk blijkbaar
alarmerend, want mijn vader kwam al na 15 minuten kijken “of het wel
een beetje ging”. Lachend stuurde ik hem weg. Ja natuurlijk! Ik had
net 3 oude Spice Girls T-shirts weggegooid en een sweater van het EK
handbal in 1998. Tot dusver vermaakte ik me prima.
Maar hoe dieper ik in mijn kast dook, hoe meer bijzondere dingen ik
tegenkwam. Mijn pruik, die ik per se wilde maar daarna nooit heb
opgezet omdat hij zo kriebelde, al was het fantastische kwaliteit
kunsthaar. En het afgedragen petje wat ik in plaats van de pruik
droeg. Ik paste hem nog, al zat hij een stuk strakker nu er weer een
bos haar onder zit. Ook kwam ik dozen vol kaarten tegen uit mijn
ziekenhuistijd, geschreven door vrienden en familie. Vervreemd keek
ik naar de voorgedrukte teksten als “snel beter worden!”. Best
ironisch eigenlijk. Ik gooide ze niet weg. Net als de zelfgemaakte
tekeningen van mijn zusje, die mijn konijn voor mij tekende omdat ik
hem zelf niet kon zien in het ziekenhuis.
En zo
groeide de bewaren-stapel veel harder dan de weggooien-stapel. Want
hoe kon ik afscheid nemen van al mijn aantekeningen over
trainingsstages, wedstrijden en vakanties? Mijn eerste
krantenartikel (“ik dacht nog, wat duurt dat Wilhelmus lang”) en
alle anderen daarna, voor het overgrote deel uit lokale en regionale
kranten. Tekeningen, schilderingen, gedichten, boeken, opstellen
voor Nederlands, mijn eerste medaille, mijn rode en gele kaart voor
het fluiten van handbalwedstrijden, mijn jurydiploma’s atletiek en
handbal. Oude agenda’s, de eerste mail van Pieter, de brieven die
mijn ouders naar familie en vrienden stuurden over de gezondheid van
mij en mijn moeder.
Met moeite propte ik alles in twee grote dozen. Snotterend,
voornamelijk door het stof, maar ook van melancholiek, deed ik een
stapje achteruit en aanschouwde mijn tienerjaren. Veel ziek, veel
verdriet maar ook heel veel mooie herinneringen die ik alweer een
beetje was vergeten.
Mijn vader, opgelucht dat er weer een kamer is opgeruimd, helpt me
met de vuilniszakken en ik zet mijn twee dozen jeugd in de
achterbak. Met een ferme klap duw ik de deur dicht. Op weg naar huis
kijk ik af en toe in de achteruitkijkspiegel naar mijn tienerjaren.
Thuis zet ik ze in de schuur. Ja, het is tijd om weer vooruit te
kijken. Nog maar 730 dagen tot Londen. Er moet getraind worden.