|
Naam:
Marije Smits
Geboortedatum:
24 oktober 1986
Woonplaats:
Amsterdam
Werk:
Promovendus kindergastro-enterologie aan
de Universiteit van
Amsterdam
Familie:
2 broers (Peter en Mattijs), 1 zus (Klara),
vader (Paul)
en moeder (Nellie)
Beoefent:
Atletiek, 100m en verspringen
Handicap:
knie-exarticulatie (bovenbeen amputatie)
Vereniging:
KAV Holland
Trainer:
Arno Mul
"Grenzen zitten in je hoofd, niet in je lichaam"
“Ze hebben mijn been
geamputeerd, maar niet mijn fanatisme”, dacht Marije Smits in 1999
na de operatie waarbij een kwaadaardige tumor uit haar lichaam was
verwijderd. De vechter in haar stond op en twee jaar later zoefde ze
tijdens een skikamp in Oostenrijk de berg af. Haar hart sprong open.
Ze leerde wat de vrijheid van bewegen betekent. Daarmee begon een
carričre als gehandicaptensporter, want ze wist: “Grenzen zitten in
je hoofd, niet in je lichaam.”
Haar prothesemaker Frank Jol uit Hoorn loodste Marije de wereld van
de atletiek binnen. Ze besloot zich aanvankelijk toe te leggen op
het verspringen; later aangevuld met de 100 meter sprint. Het succes
kwam snel en maakte hongerig. Maar de rampspoed bleef Marije
schaduwen. Op 18 juni 2003 overleed haar moeder aan de gevolgen van
longkanker. Uitgerekend die dag kwalificeerde Marije zich voor de
Paralympische Zomerspelen in Athene. Hoewel ze in het voorjaar van
2004 nog een wereldrecord sprong (3.50 meter) kregen de goede
prestaties geen vervolg. In de Griekse hoofdstad moest ze genoegen
nemen met de achtste plaats, waar op een medaille was gerekend. “Ik
liep heel hard de verkeerde kant op. In mentaal opzicht kamen er ook
twee slechte jaren aan. De ellende in mijn leven had zich snel
opgehoopt. Het is hectisch geweest. Pas in de loop van 2006 kon ik
de knop omzetten. Vandaar dat het een enorme opsteker was om er op
de Spelen bij te zijn. Ik was weer supergemotiveerd.” In Peking –
tussen 4200 sporters uit 148 landen – hervond ze de weg naar boven
met een zesde plaats bij het verspringen en een vijfde plaats op de
100 meter. Marije liep tevens een nieuw persoonlijk record van 18.27
seconden. “Ik had het graag nog iets beter gedaan. Maar die zomer
werd ook duidelijk dat het amateuristische karakter voorgoed uit de
sport was verdwenen”, zegt ze. “Ik zag allemaal afgetrainde lijven
aan de start, de NOS was nadrukkelijk aanwezig en het evenement trok
meer dan een miljoen toeschouwers.
Ten opzichte van Athene was
dat bijna een verdubbeling. Andere landen hadden niet stilgestaan.
De limieten die ik tegenwoordig moet halen, liggen hoger dan mijn
beste prestaties. Eerlijk gezegd vind het ik daardoor alleen maar
leuker. Het is een volwaardige competitie geworden, dus je moet ook
echt goed zijn om in de prijzen te vallen.” Om in 2012 een nieuw
sportief hoogtepunt te kunnen bereiken, heeft Marije haar studie
geneeskunde op een laag pitje gezet. “Ik verwacht dat Londen mijn
eindpunt is. Ik wil arts worden, en misschien ook nog wel eens
kinderen. Vanaf 2004 ben ik serieus gaan trainen. Acht jaar later
moet ik in staat zijn te pieken.” De dochter van twee artsen
onderging in haar jeugd veertien chemokuren. Haar rechterbeen werd
halverwege de knie geamputeerd. Desondanks kijkt Marije met heldere
ogen en grenzeloos optimisme naar de toekomst. “Mijn ouders hebben
me altijd geleerd: als je een doel hebt, zoek het op! Ik heb gezien
hoe mijn moeder met haar ziekte omging. Wij, de kinderen, merkten
daar niets van. Ook al stond ze stijf van de pijnstillers; ze ging
mee naar ouderavonden en zat aan de kant bij wedstrijden. Achteraf
besef je pas hoe bijzonder dat was. Mensen zeggen vaak tegen me: Wat
knap hoe je het allemaal doet. Ik zou dat niet kunnen. Maar in
emotioneel geladen en stressvolle situaties kunnen mensen meer aan
dan ze denken. En dat kan weer leiden tot onvermoede prestaties.” |